Met een therapiehond werken? Dit moet je weten!

Therapiehond spelGrote meerwaarde bij psychosociale hulpvragen

De inzet van therapiehonden wint aan populariteit. Terecht, want een goed opgeleide hond kan van grote meerwaarde zijn in therapie, coaching of begeleidingstrajecten bij psychosociale hulpvragen. Wie echter denkt dat het simpelweg een kwestie is van ‘de hond meenemen’, vergist zich. Er komt écht veel bij kijken om een therapiehond verantwoord en effectief in te zetten. Van de eisen aan de hond en de begeleider, tot de risico’s bij gebrek aan kennis, en het belang van kwaliteitsbewaking via bijvoorbeeld het AKR-register, dit moet je weten voor je begint!

AAI/AAS: Een vakgebied in ontwikkeling

Steeds vaker zie je honden in de praktijk: in verzorgingshuizen waar bewoners opbloeien, op scholen waar een hond rust brengt in een drukke klas, of in therapie waar een hond helpt bij contact en emotie. De inzet van honden in zorg, onderwijs en coaching is allang geen zeldzaamheid meer. Integendeel, het is een groeiend werkveld dat steeds meer aandacht krijgt.

Therapiehonden vallen onder het vakgebied van Animal Assisted Interventions (AAI): de inzet van dieren binnen therapie, coaching, educatie of activiteiten. Tegenwoordig wordt ook steeds vaker de term Animal Assisted Services (AAS) gebruikt, omdat die beter aansluit bij de brede praktijk waarin dieren worden ingezet.

Therapiehond

Dat juist honden zo vaak gekozen worden, is geen toeval. Honden zijn van nature sociale wezens die in groepen leven. Ze zijn handzaam, goed te trainen, makkelijk mee te nemen én – misschien wel het belangrijkste – ze zijn eeuwenlang gefokt om samen te werken met mensen. Al deze eigenschappen maken honden bij uitstek geschikt voor AAI/AAS werk.

Waarom therapiehonden zo in opkomst zijn? Omdat het werkt. De aanwezigheid van een hond verlaagt stress, nodigt uit tot contact, schept vertrouwen en maakt het makkelijker om emoties te tonen. Veel mensen voelen zich veiliger en durven meer van zichzelf te laten zien in het bijzijn van een hond dan tegenover een hulpverlener alleen. Bovendien reageert een hond feilloos op de kleinste signalen in iemands gedrag en lichaamstaal. Dat spiegelende effect geeft directe feedback en helpt cliënten om hun eigen gedrag beter te begrijpen. Mits goed getraind en deskundig begeleid, is de hond dus een waardevolle partner. En juist daar gaat het nog te vaak mis.

Succes en risico’s van therapiehonden

De groeiende populariteit van therapiehonden biedt kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. Het werkveld van AAI/AAS is in Nederland namelijk niet wettelijk gereguleerd. Er bestaat geen beschermde beroepsgroep van therapiehond begeleiders, geen verplichte scholing of certificering, en geen centrale registratie van therapiehonden en hun begeleiders. In theorie kan dus iedereen met een hond aan de slag – en in de praktijk gebeurt dat ook.

Op scholen, in praktijken en woonvoorzieningen lopen regelmatig honden rond die nooit getest zijn, waarvan het gedrag onvoldoende wordt herkend, en waarvan het welzijn niet goed wordt bewaakt. De inzet van zo’n hond is dan niet alleen ineffectief, maar kan zelfs schadelijk zijn – voor mens én dier.

Thomas
Thomas

AKR: kwaliteitsbewaking en accreditatie

Om de kwaliteit in het werkveld te versterken, is in 2020 het AAI Kwaliteit Register (AKR) opgericht. Dit onafhankelijke register biedt professionals de mogelijkheid zich te laten accrediteren wanneer zij een erkende opleiding hebben gevolgd en aan heldere kwaliteitseisen voldoen. Daarmee laat je als begeleider zien dat je werkt volgens professionele standaarden, met aandacht voor zowel de cliënt als het welzijn van de hond.

Deelname aan het AKR is nog niet verplicht, maar het register is een belangrijke stap richting verdere professionalisering. Zolang accreditatie niet de norm is, blijft het voor cliënten, ouders, scholen en instellingen lastig om het verschil te zien tussen goedbedoelde inzet en professioneel begeleide trajecten. Het AKR maakt dat verschil wél zichtbaar en stimuleert het werken met goed opgeleide begeleiders en gecertificeerde honden.

Laten we nu eens kijken wat er precies nodig is om een hond succesvol in te zetten binnen AAI/AAS.

Therapiehond

Therapie hondEen goede therapiehond

Succesvolle inzet begint bij een hond die écht geschikt is voor het werk. Dat betekent dat hij zorgvuldig geselecteerd, goed opgevoed en getraind is, én objectief getest op zijn geschiktheid. Niet elke hond, hoe lief of gehoorzaam ook, is vanzelf geschikt voor dit werk.

Toch zien we regelmatig dat mensen hun eigen hond inzetten tegen beter weten in. Dat leidt tot problemen, zoals:

  • jonge honden die als pup al “gewoon” worden meegenomen naar het werk, zonder opbouw, met risico op overbelasting;
  • honden die sociaal zijn, maar overprikkeld raken of het werk eigenlijk niet leuk vinden en het vooral ondergaan;
  • honden die thuis betrouwbaar gedrag laten zien, maar in dynamische praktijksituaties heel anders reageren.

Zonder deskundige beoordeling van gedrag, stressbestendigheid en belastbaarheid ontstaan risico’s,– niet alleen voor de cliënt maar ook voor de hond. Een therapiehond moet zich veilig en ontspannen voelen in wisselende omstandigheden en passend reageren op menselijke signalen. Dat vraagt om gerichte socialisatie, training in werksituaties en regelmatige toetsing van gedrag en welzijn.

Een goede therapiehond is stabiel, sociaal vaardig, nieuwsgierig maar te begrenzen en in staat om prikkels te verwerken zonder overbelasting. En misschien wel het belangrijkste: de hond moet het werk leuk vinden. De motivatie om met onbekende mensen samen te werken moet vanuit de hond zelf komen, alleen dan is inzet effectief en veilig.

Is elke pup van elk ras geschikt als therapiehond?

Hoewel aanleg zeker een rol speelt, is het vooral de socialisatie en opvoeding die bepalend zijn voor de uiteindelijke geschiktheid. In die zin heeft het weinig zin om uitsluitend af te gaan op het oordeel van de fokker: “Deze pup is geschikt als therapiehond”, de aanleg is slechts het vertrekpuntbegin. Wat een pup meemaakt in zijn eerste levensjaar (hoe hij wordt begeleid, gesocialiseerd en gevormd) maakt het echte verschil.

Honden van allerlei rassen kunnen uitgroeien tot goede therapiehonden, zolang ze maar over de juiste basiseigenschappen beschikken. In de praktijk blijken sommige rassen een duidelijke voorsprong te hebben doordat ze van oudsher zijn gefokt op samenwerking met mensen en daardoor extra gericht zijn op mensen ook juist van buiten de eigen roedel.

De begeleider is net zo belangrijk

Minstens zo bepalend voor het succes is de persoon die de hond begeleidt. Want het werk staat of valt met de vaardigheden van de begeleider. En juist daar gaat het vaak mis. Iemand met een groot hart voor honden en mensen kan de beste bedoelingen hebben, zonder kennis van hondengedrag, trainingsprincipes en werkmethodiek, loopt het welzijn van de hond gevaar. Signalen worden niet herkend of verkeerd geïnterpreteerd en de hond past zich misschien aan, maar betaalt daar op termijn een prijs voor.

Ook ontbreekt het vaak aan kennis over hoe de hond effectief voor AAI/AAS ingezet wordt. Bij welk leerdoel past welke oefening? In welke setting werkt de hond het best? Hoe bewaak je de balans tussen doelgericht werken en ruimte voor natuurlijk gedrag?

Werken als therapiehond begeleider

Wil je jouw hond inzetten als therapiehond? Neem jezelf én je hond dan serieus. Zorg dat je goed geschoold bent, dat je weet wat je doet, en dat je hond echt geschikt is . Niet alleen qua gedrag, maar ook qua belastbaarheid en motivatie.

Verdiep je in hondengedrag. Leer spanningssignalen herkennen. Oefen met observeren en bijsturen. En als je een opleiding op het gebied van AAI overweegt: kijk kritisch naar de inhoud en de aanbieder. Is de opleiding of cursus geaccrediteerd door het AKR? Wat is de achtergrond van de docenten? Hebben zij praktijkervaring binnen het AAI-veld? Stel: je wilt een eigen kapsalon beginnen. Dan leer je het vak liever van de Rob Peetoom Academy dan van de groenteboer die af en toe zijn kinderen knipt. Voor het leren werken met een therapiehond geldt hetzelfde: kies voor kwaliteit, want het gaat om mensen én dieren.

In Nederland zijn verschillende opleidingen en trainingen op het gebied van AAI/AAS beschikbaar. Een overzicht van geaccrediteerde aanbieders vind je op de website van het AKR.

NVGH
Univé samenwerking met VETTS

Credits

Dit artikel is geschreven door Nikki Rethmeier. Nikki is bioloog, kynologisch instructeur en oprichtster van Stichting Contacthond. Fotografie door Stichting Contacthond.

Reacties

Zie je hieronder geen reacties? Lees hier dan hoe je reacties eenvoudig kunt activeren.

Doggo.nl

Doggo maakt gebruik van cookies voor het analyseren van onze bezoekers, social media en het tonen van advertenties. meer informatie

The cookie settings on this website are set to "allow cookies" to give you the best browsing experience possible. If you continue to use this website without changing your cookie settings or you click "Accept" below then you are consenting to this.

Close